Categorie: Glutenvrij brood

Een lavendelvloerbrood

Er gaat niets boven de geur van een vers gebakken brood. En dat geldt al helemaal voor een glutenvrij lavendelbrood. Zet de deuren van al je kamers lekker open, je huis gaat heerlijk ruiken van dit broodje!
Ik vergat trouwens om xanthaangom toe te voegen, maar dat vond het brood helemaal niet erg. Het deed precies wat het moest doen en het smaakt ontzettend goed. Ook de structuur van het brood vind ik erg fijn. Het doet een beetje denken aan een rustiek stokbrood.

Wat haal je in huis:

  • 200 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel (plus wat extra om te bestuiven)
  • 80 gram tapiocameel
  • 20 gram aardappelmeel
  • 50 gram glutenvrij havermeel
  • 50 gram boekweitmeel
  • 20 gram fiber husk
  • 100 gram glutenvrije havervlokken (plus wat extra om te bestrooien)
  • 9 gram instant gist
  • 1 theelepel baksoda
  • 1 theelepel wijnsteen bakpoeder
  • 1 theelepel suiker
  • 1 flinke snuf zout
  • 1 theelepel appelazijn
  • 1 eetlepel bloemenhoning
  • 250 gram (magere) yoghurt
  • 100 ml handwarm water
  • 1 heel blij ei
  • 1 blije eidooier
  • 2 à 3 el gedroogde lavendelbloempjes (even kneuzen in een vijzel)
  • 1 theelepel gedroogde salie

En zo doe je dat:
Activeer de gist in een aparte kom met het water en de theelepel suiker. Klop door met een garde tot de klontjes zijn verdwenen en laat ca. tien minuten staan.

Meng alle droge ingrediënten in een ruime kom, ook de havervlokken, de lavendel en de salie. Maak een kuiltje in het midden en voeg daar het water met de geactiveerde gist aan toe. Meng de gist in het kuiltje met een beetje meel tot een papje en laat even staan. In een andere kom ga je vast de yoghurt, de honing en het ei mengen. Dat mengsel mag vervolgens bij het meel. De appelazijn mag er dan ook bij. Meng en kneed tot een stevig, iets plakkerig deegje. Ik deed er overigens nog een beetje bakmeel bij om het goed te kunnen kneden. Je deeg moet namelijk wel loskomen van de kom. Blijft het te droog, doe er dan nog een beetje water of-als je het in huis hebt- karnemelk bij.

Als dat gelukt is, bestuif je een werkvlak met nog wat meel en kneed je het deeg nog eens goed door. Laat even rusten. Bekleed een bakplaat met bakpapier en leg vast een schone handdoek klaar. Je oven mag je voorverwarmen op maximaal 45 graden. Boetseer het deeg in de gewenste vorm en leg het op de bakplaat. Bekleed het losjes met een stuk huishoudfolie en een natte doek. Laat gedurende een uur of 2 rijzen.

Als het brood mooi gerezen is, haal je de bakplaat –voorzichtig!- uit de oven. Klop de eidooier los met wat water en een beetje olie en strijk het brood daar mee af. Op de bovenkant strooi je nog wat havervlokken en lavendelbloempjes. Verwarm de oven voor op zo’n 190 graden. Vul ook een klein vuurvast kommetje met wat water. Dat mag samen met je brood in de oven; zo voorkom je dat de lavendel op de korst verbrandt. Bak zeker 50 minuten, of tot je brood hol klinkt als je er op klopt. Is het na 50 minuten niet gaar, zet dan de oven terug naar 180 graden en laat nog een kwartiertje bakken.

Laat het brood afkoelen voor je het snijdt. S U P E R  lekker met salieboter bij een goede herfstsalade, bij een mooi glas rode wijn of bij een zelfgemaakte pompoensoep!

*recept van Suzy Do

Een glutenvrij vlechtbrood

In de kast vond ik een boekje met recepten dat ik ooit van mijn schoonmoeder cadeau kreeg. Toen ik het doorbladerde, vond ik ook een aantal eenvoudige broodrecepten, waaronder een recept voor vlechtbrood. Dat moet ik toch ook glutenvrij kunnen maken, dacht ik.
Het was even puzzelen, want welke meelsoorten en bindmiddelen gebruik je om tarwebloem te vervangen? Het moest in ieder geval een goed kneedbaar deeg opleveren, zoveel was me wel duidelijk. Er kwamen uiteindelijk twee pogingen aan te pas. Het eerste vlechtbrood was prima van structuur maar de smaak liet nog wat te wensen over. Ik paste het recept links en rechts een beetje aan en voilà: mijn eerste echte glutenvrije vlechtbrood! En eigenlijk is het niet eens zo moeilijk.
Daar gaan we dan! Wat haal je in huis:

  • 250 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel
  • 100 gram tapiocameel (echt het MEEL gebruiken, géén tapiocazetmeel! Verkrijgbaar bij een Toko)
  • 80 gram volkoren rijstemeel
  • 20 gram aardappelmeel (ook hier geldt: gebruik echt het meel, niet het zetmeel!!)
  • 20 gram Fiber Husk
  • 8 gram xanthaangom
  • 9 gram instant gist
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 1 theelepel baksoda
  • Snufje zout
  • 1 theelepel suiker
  • 1 dessertlepel honing (of twee theelepeltjes)
  • 1 theelepel appelazijn
  • 45 gram neutrale olie (ik gebruikte rijstolie, maar een milde olijfolie of druivenpitolie is ook prima)
  • 350 ml handwarm water
  • Als je wilt: 1 eidooier vermengd met een beetje water om het brood af te strijken
  • Maanzaadjes om te bestrooien

Dit is hoe het gaat:
De gist doe je samen met de suiker en een deel van het water (ongeveer de helft) in een aparte kom. Klop even door met een garde totdat de klontjes verdwenen zijn en laat ca 10 minuten staan.
In een andere kom meng je de droge ingrediënten. Meng heel goed, zodat de xanthaangom en de rijsmiddelen goed over het meel verdeeld zijn. Vorm een bergje van het meel en maak een kuiltje in het midden. De geactiveerde gist giet je in het kuiltje. Meng een beetje met wat meel zodat er een dik papje ontstaat in het kuiltje en laat zeker tien minuutjes rusten.
Je zult zien dat de gist meteen zijn werk gaat doen! Na de rusttijd mag de appelazijn, de olie, de honing en de rest van het water erbij. Meng het geheel goed  (tot het bij elkaar komt) en kneed het met je handen tot een stevig deegje. Als het goed is, merk je dat het deeg nauwelijks plakt. Haal het deeg uit de kom en leg het op een (schoon!!) werkvlak. Bestuiven met meel is niet nodig.
Het deeg ga je nu heel goed kneden. In normaal –glutenvol- deeg is het kneden noodzakelijk om de gluten te activeren, zodat je een mooi en soepel deeg krijgt. Gluten hebben we natuurlijk niet, maar wel de xanthaangom die ongeveer dezelfde functie vervuld en ook min of meer hetzelfde werkt: hoe beter je het deeg kneedt, hoe soepeler je deeg en hoe beter de structuur.
Ik geloof dat ik me bijna tien minuten heb uitgeleefd op het deeg voor ik tevreden was. Goed, als je deeg lekker doorgekneed is, verdeel je het in drie gelijke stukken (ca. 300 gram per stuk). Elk stuk heb ik nog eens apart gekneed. Daarna rolde ik er slangetjes van. Vlecht de deegstrengen en boetseer de uiteinden aan elkaar. Dat gaat het gemakkelijkst met een beetje water.
Als dat allemaal gelukt is, bekleed je een bakplaat met bakpapier en verwarm je je oven voor op zo’n 40 graden. Je kunt natuurlijk ook een warme plek zoeken in huis!  Het gevlochten deeg leg je op de bakplaat. Bekleed het losjes met wat huishoudfolie en een natte doek. Laat het brood minimaal anderhalf uur rijzen, twee uur is misschien zelfs beter.
Als het brood gerezen is, verwarm je de oven voor op 180 graden. Als je wilt, kun je de bovenkant van het brood afstrijken met een mengsel van eidooier en water. Daarna bestrooi je het met flink wat zaanmaadjes…ehm….maanzaadjes dus.
Bak ongeveer een uurtje, maar blijf er wel bij! Vergeet nooit dat mijn oventijden en –temperaturen een richtlijn zijn!
Laat het brood echt even afkoelen voor je het snijdt. Geniet ervan!

 

*Door Suzy Do

Bagels, een glutenvrij recept

Het is een zondagochtend  en je hebt even een paar vrije uurtjes. Wat doe je dan? Juist! Bakken!
Op deze zondag was het een beetje druilerig. De kat raasde met een dikke staart door het huis, klom in de parasol, miauwde klaaglijk tegen de deurklink en glibberde met natte poten over de vloer. Zo’n ochtend was het dus. Het duurde even voor het beestje wat gekalmeerd was; hij is net zes maanden en zit volop in de kattenpuberteit. Dan weet je het wel. Maar goed, uiteindelijk kalmeerde hij en ging- moe van alle inspanning- uitgeteld op de bank hangen. Voor mij een teken dat ik nu- in betrekkelijke rust- aan de slag kon.
Ik maakte bagels, uiteraard met zonder gluten . Bagels zijn wat mij betreft echte weekendbroodjes: heerlijk  op een luie ochtend, als ze nog een beetje warm zijn. Krantje erbij, kopje  koffie…  Maar op een doordeweekse dag smaken ze minstens zo goed. Bovendien vind ik dat ze er leuk uitzien. Een broodje met een gat in het midden heeft toch iets speciaals.

Bij Bagels & Beans kun je trouwens ook glutenvrije bagels krijgen, erg handig want ze zitten zo’n beetje in elke grote stad. Op zich wel een uitkomst voor onderweg maar erg droog en zeker niet te vergelijken met deze huisgemaakte bagels.

Een bagel is net even een ander broodje dan een ‘gewoon’ gistbolletje: voor je ze gaat bakken, worden ze namelijk even in water gekookt. Dat geeft een bagel zijn karakteristieke smaak en structuur. Dat gezegd hebbende: zet alvast een hele ruime pan en een schuimspaan klaar, die heb je straks nodig.
Voor het deeg gebruikte ik de volgende ingrediënten:

  • 150 gram glutenvrij zelfrijzend bakmeel
  • 100 gram glutenvrij havermeel
  • 60 gram volkoren rijstemeel
  • 90 gram kastanjemeel (te vervangen door teffmeel of boekweitmeel)
  •  50 gram glutenfree glutensubstituut (Orgran)
  • 1 theelepel xanthaangom
  • Als je wilt: 1 eetlepel fibre husk
  • 1 theelepel wijnsteenbakpoeder
  • ½ theelepel baksoda
  • Snufje zout
  • 10 gram (instant) gist
  • 10 gram ongeraffineerde suiker
  • 1 blij ei, gesplitst
  • 60 gram olie of gesmolten boter (ik gebruikte trouwens gewone huis-, tuin en keukenhalvarine, wel biologisch uiteraard)
  • Een theelepel appelazijn
  • 160 ml (plantaardige) melk

In een aparte kom activeerde ik de gist met de suiker en de (plantaardige) melk. Warm de melk dan wel een beetje op. Hij hoeft niet loeiheet te zijn; handwarm is prima. Roer even goed door en laat staan.
In een andere kom mengde ik alle droge ingrediënten. Oh! En wees voorzichtig met de baksoda! Echt maar een half theelepeltje gebruiken. Gebruik je te veel, dan gaat de baksoda overheersen en dat wil je beslist niet.
Maak een kuiltje in het midden van het meel. Smelt de olie of boter en giet in het kuiltje. De appelazijn mag er dan ook al bij. Ondertussen splits je het ei. Het eiwit kun je het best even vermengen met de melk (die ondertussen wat is afgekoeld en waarin de gist al flink zijn best doet). De dooier hou je apart, die heb je later nog nodig. Het melk-mengsel gaat nu bij het meel. Roer en kneed goed. Het deeg moet mooi bij elkaar komen en goed te hanteren en te kneden zijn.  Is je deeg te droog en wil het niet hechten: giet er dan een scheutje water bij. Blijft het erg plakkerig: voeg dan wat extra zelfrijzend bakmeel toe.
Als je eenmaal een mooie bal hebt gemaakt van het deeg, verdeel je het in 8 à 10 –ongeveer gelijke- stukken.  De stukken rol je op een werkvlak (eventueel bestuiven met een heel klein beetje meel) uit tot ‘worstjes’ van ca. 15 cm in lengte. De uiteinden mag je best iets platter en dunner maken; die plak je namelijk op elkaar zodat je een ring krijgt. Gebruik een beetje water om de ‘plakrand’ goed weg te werken. Daarmee voorkom je dat de bagels loslaten als je ze gaat koken.
Als dat eenmaal gelukt is, leg je de bagels op een met bakpapier beklede bakplaat. Dek ze af onder een stukje huishoudfolie èn een natte theedoek en laat ze rustig een uurtje rijzen. Ik zet mijn oven daarvoor op ca. 45 graden en laat ze daar een uur in staan.
Ondertussen zet je vast de pan klaar. Doe er ruim water in en voeg er een eetlepel suiker aan toe. Als de bagels gerezen zijn, breng je het water aan de kook. Haal de bagels voorzichtig van je bakplaat en bekleed je bakplaat met een stukje vers bakpapier. Als het water kookt, doe je de bagels erin. Ik kookte er vier tegelijk gedurende ongeveer een minuutje. Misschien waren het er ook twee, maar hou het kort! Draai ze halverwege een keer om met behulp van een schuimspaan of spatel. Haal de gekookte bagels met een schuimspaan uit de pan, laat even uitlekken en zet ze op je bakplaat.
Laat even rusten en afkoelen.

Verwarm je oven vast voor op 180 graden.
De bagels krijgen nu nog een topping!

Daarvoor heb je nodig:

  • 1 eidooier vermengd met een beetje plantaardige melk of een scheutje water
  • Wat maanzaadjes, sesamzaadjes, gepeld hennepzaad of lijnzaad.

Strijk de bagels af met de eidooier en bestrooi ze met een topping naar keuze. Als je voor een zoete variant gaat, kun je eventueel ook kiezen voor wat grove korstsuiker.
Bak gedurende 20 minuten. De onderkant van de broodjes moet ook goed gaar worden en mag niet meer nat of vochtig zijn, daarom haalde ik ze van de bakplaat en zette  ze nog tien minuten terug in de oven op een bakrooster.
Laat minimaal een half uurtje afkoelen voor je ze eet. Ze zijn overigens prima in te vriezen en lekker met vanalles en nog wat…
Cheers!

*Door Suzy Do

Bananenbrood, een glutenvrij recept.

Daar liggen ze dan… twee vergeten bananen pikzwart geworden. Nu moet ik wel een bananenbrood bakken :-) Een glutenvrij recept had ik zo gauw niet bij de hand dus ik deed maar wat. Het resultaat is een heerlijk bananenbrood gemaakt van rijstmeel en een geheim ingrediënt, komijnzaad. Ik weet dat het een beetje gek klinkt maar het is echt een succesje! gewoon eens uitproberen dus.

Wat heb je nodig:

  • 2 hele rijpe bananen
  • 150 gram rijstmeel (glutenvrij)
  • 1 ei of ei-vervanger
  • 100 ml plantaardige olie of gesmolten grasboter
  • 1 el honing
  • vanille
  • een flinke handvol noten en zaden, rozijnen, ( ik gebruik pecan, pinda en rozijnen) even in heet water wellen
  • een tl bakingsoda
  • snufje zout
  • een halve tl komijnzaad (echt waar!!!)

* Verwarm je oven alvast voor op 175 graden

Eerst prak je de bananen tot een gladde massa, gewoon met een vork. Voeg dan je ei of ei-vervanger toe en meng nog eens goed. Nu mag de olie en de honing erbij, dan de vanille. Dit zijn dus alle natte ingrediënten eerst. Nu de rest nog, eerst het rijstmeel, de baking soda en het zout en de noten als laatste. Goed mengen! Als het goed is heb je nu een beslag dat doet denken aan een muffinbeslag. Iets dikker dan pannenkoeken beslag en zeker geen brooddeeg. Ik doe mijn beslag in een ovenschaal die de maat heeft van een klein broodblik, een half broodje. Je kunt ook een kleine cakevorm gebruiken of muffinvormpjes. Ik beleg mijn ovenschaal met bakpapier, dan kan ik het brood er gemakkelijk uittillen en laten afkoelen. Het bananenbrood moet ongeveer 45 min. op 175 graden in de oven. Hij mag lekker bruin aan de bovenkant, en hij veert terug als je even op de bovenkant duwt. Wees geduldig en laat helemaal afkoelen, een beetje warm is wel lekker maar het komt het snijden niet ten goede. Ik vind dit brood een zeer geslaagd experiment, de subtiele hint van komijn, samen met de lekkere noten, zijn echt verrukkelijk met een grote kop groene thee bij de lunch. Vanaf nu vergeet ik vaker per ongeluk twee bananen.

 

Zuurdesem hennepbrood

hennep_desem (26)

Ik schreef eerder al eens dat ik een aantal broodrecepten heb waar ik hennepmeel in gebruik. Twee daarvan kun je al op onze site terug vinden. Dit is de derde variant. Deze keer op basis van zuurdesem. De desemstarter maak je natuurlijk lekker zelf. Heb je dat nog niet eerder gedaan, dan kun je hier lezen hoe dat moet. Je moet dan wel even geduld hebben voor je dit brood kunt bakken. Een desemstarter maken ‘from scratch’ duurt al gauw een dikke week, maar levert dan wel meteen een kilo starter op. Die kilo gebruik je niet helemaal; het restant kun je –mits luchtdicht afgesloten (in een weckpot bijvoorbeeld)- makkelijk enkele weken in de koelkast bewaren (winterslaapje…).
Ik had zelf nog een restant starter bewaard die ik ‘wakker’ heb gemaakt door hem opnieuw te ‘voeren’. Ik zal eerst even uitleggen hoe dat moet. Om te beginnen haal je de starter uit de koelkast. Het meel is tijdens de rustperiode naar beneden gezakt en bovenop staat een donkerkleurige laag water: het zetsel. Roer de starter even goed door en giet hem over in een schone, ruime weckpot. Als de starter op temperatuur is gekomen, ga je hem meteen flink voeren. Weeg 250 gram donker teffmeel af en vermeng dat met ca. 280 ml handwarm water. Voeg toe, roer heel goed (liefst met een houten lepel), dek de weckpot af met een vochtige doek en zet op een tochtvrije plaats waar de temperatuur redelijk constant is. Het weer is op dit moment overigens ideaal voor een starter: niet al te warm, niet koud en een beetje vochtig.
Als het goed is, zie je dat de starter na enkele uren al belletjes produceert en een beetje groeit. Aan het einde van dag 1 roer je de starter heel goed door. Op dag twee voer je de starter weer 250 gram donker teffmeel met ca. 280  ml handwarm water. Roer weer heel goed door. Laat hem lekker enkele uren staan en ‘zijn ding doen.’ Roer wel regelmatig door en blijf de geur in de gaten houden: je starter moet friszuur gaan ruiken!
Het is een beetje afhankelijk van je huisklimaat, maar bij mij was de starter halverwege dag 2 al zo goed gegroeid dat ik hem aan het eind van de dag nog gauw 100 gram teffmeel met 120 ml water heb gevoerd. Roer nog eens goed door, laat hem nog een nachtje staan en voilà: op dag 3 was ie al klaar voor gebruik. Ik begon mijn dag dus meteen goed met het maken van dit brood.

Wat je nodig hebt:

  • 200 gram zelfrijzend glutenvrij bakmeel
  • 200 gram hennepmeel
  • 50 gram haver-, boekweit- of teffmeel
  • 10 gram zout (dat lijkt heel veel, maar je bakt dan ook een brood van zo’n 1800 gram)
  • 40 gram ongeraffineerde suiker
  • 12 gram xanthaangom
  • 1 theelepel wijnsteenbakpoeder
  • 20 gram Fiberhusk (dat zijn psylliumvezels; ik gebruikte de Fiberhusk van Lindroos)
  • Flink wat lijnzaadjes en pompoenpitten
  • Eventueel wat gepeld hennepzaad
  • Optioneel: 1 eidooier vermengd met wat (plantaardige) melk om de korst mee af te strijken
  • 680 gram desemstarter
  • 370 ml lauw water
  • 100 gram appelstroop

Dit is hoe het gaat:
Meng alle droge ingrediënten in een ruime kom. Meng goed. Bekleed vast een andere kom met twee vellen bakpapier en leg een schone handdoek en wat huishoudfolie klaar. Maak een kuiltje in het midden van het meel, doe daar de appelstroop in en giet de starter erbij. Mix het geheel even goed door met een mixer (gebruik deeghaken!) en giet vervolgens – in twee of drie keer- het water bij het deeg. Ik kneed het deeg altijd nog even na met mijn handen. Plakt het erg aan je vingers: maak je handen dan even nat. Vorm een mooie bol van het deeg en leg het op de vellen bakpapier in de andere kom. Dek af met huishoudfolie. Maak de handdoek nat en dek daar de bol mee af. Nu mag het deeg op een warme plaats een uur of 5 à 6 rijzen.
Als het deeg gerezen is, til je het met bakpapier en al uit de kom en op een bakplaat. Verwarm je oven voor op 180 à 200 graden. Snij het deeg wat in en strijk eventueel af met de eidooier. Als finishing touch strooi je er wat gepeld hennepzaad over. Bak gedurende een uur of tot het brood hol klinkt en een tandenstoker er schoon uit komt. Laat helemaal afkoelen (een nachtje onder een schone handdoek) voor je het gaat snijden.
Als het goed is, blijft er nog wat starter over. Doe het restje in een schone weckpot en zet in de koelkast tot je toe bent aan een nieuw desembrood.
Cheers!

*Door Suzy Do