Een glutenvrij chia quinoabrood

Vandaag proberen we weer een ander glutenvrij brood. De laatste paar weken ben ik bezig geweest met het bedenken van broodrecepten die een ‘echt’ deeg geven (in plaats van een soort stevig beslag) dat ik kan kneden. Ik werk ook steeds vaker met een voordeeg: een mengsel van gist, water, suiker en een paar eetlepels meel dat je even laat rijzen voor je het toevoegt aan de rest van de ingrediënten.
Ik heb de ‘voordeegtechniek’ opgepikt via een Duitse receptensite voor conventionele (glutenvolle) broden, en ik moet zeggen: ik ben fan! Ik ben overigens ook al een tijdje in de ban van tapiocameel; een van nature glutenvrij meel dat zich gemakkelijk in allerlei recepten laat verwerken omdat het zo neutraal van smaak is.
Vandaag bakken we een brood met chiazaad en quinoavlokken. Het levert een lekker en voedzaam brood op, dus laten we maar gauw aan de slag gaan.

Je haalt het volgende in huis:

  • 150 gram glutenvrij (zelfrijzend) bakmeel (als je geen zelfrijzend meel in huis hebt, voeg je een extra theelepel wijnsteen bakpoeder toe)
  • 100 gram boekweitmeel; plus twee eetlepels extra (hou even apart)
  • 100 gram volkoren rijstemeel
  • 80 gram tapiocameel
  • 20 gram aardappelmeel
  • 3 gram xanthaangom
  • 30 gram Fiber Husk
  • 10 gram gist
  • 1 theelepel wijnsteen bakpoeder (of 2 dus, afhankelijk van het soort glutenvrij bakmeel dat je gebruikt)
  • 1 theelepel baksoda
  • 100 gram quinoavlokken (De Halm)
  • 2 eetlepels chiazaadjes
  • Snuf zout
  • 1 eetlepel suiker
  • 250 ml handwarm water
  • 350 ml karnemelk
  • 4 eetlepels neutrale olie (dat zal ongeveer 45-50 gram zijn)
  • 1 eetlepel honing
  • Scheutje appelazijn
  • Eventueel 1 blije eidooier, vermengd met wat water

En zo doe je dat:
We beginnen nu dus met het maken van een voordeeg. Daartoe meng je het water, de gist, de suiker en twee eetlepels boekweitmeel tot een papje. Dek af en laat zeker een kwartier staan.  In een andere kom meng je ondertussen de droge ingrediënten, inclusief de chiazaden en de quinoavlokken. Meng heel goed! Maak een kuiltje in het midden en voeg vast de olie, de azijn, en de olie toe. Als je voordeeg gereed is (dat zie je vanzelf) dan mag dat ook in het kuiltje. Meng alvast goed door en voeg daarna -in etappes- de karnemelk toe. Als het goed is, krijg je nu een stevig, ietwat plakkerig deeg. Kneed totdat je van het deeg een mooie bol kunt maken, die los komt van de kom.
Laat het deeg even rusten. Haal een broodblik uit je keukenkast en bekleed met een stuk bakpapier. Leg ook vast een stuk huishoudfolie en een schone doek klaar.
Het deeg ga je nu in ca. 6 stukken verdelen. Kneed de stukken apart nog eens goed door. Vervolgens maak je er een soort dikke pannenkoeken van. Vouw de pannenkoeken dubbel en zet ze –losjes- tegen elkaar aan in het bakblik. Zorg dat er voldoende ruimte is; de pannenkoekjes moeten namelijk de ruimte hebben om te rijzen. Als dat allemaal gelukt is, maak je het deeg aan de bovenkant nog wat nat. Bedek met huishoudfolie en een schone, natte doek. Verwarm je oven voor op de rijsstand (maximaal 45 graden)  en laat het brood-to-be zeker twee uren zijn ding doen.
Na een uur of twee kun je goed zien dat de stukken aan elkaar zijn gegroeid en zijn de 6 dubbele panenkoekjes samen een heel brood hebben gevormd. (Dat er nog leuk uit ziet ook!)
Je kunt de bovenkant van het brood nu afstrijken met een mengsel van eidooier en water. Als je wilt, strooi je nog wat quinoavlokken op de bovenkant voor een mooie korst.
Verwarm je oven voor op ca 180-190 graden en bak zeker een uur. Het brood is gaar als het hol klinkt en een cocktailprikker er schoon uit komt.
Laat het brood nagaren en afkoelen op een rooster voor je het snijdt.
Cheers!

*recept van Suzy Do

Laat een leuke reactie achter!